Eigenschappen van de ACCU-FINE insulinepennaalden 4 mm 32G
Standaardlengte van een naald
Een naaldlengte van 4–5 mm is doorgaans voldoende, op voorwaarde dat de injectie correct wordt toegediend, loodrecht (hoek van 90°) en dat de regel van 10 seconden wordt toegepast.
Langere naald
Een injectie onder een hoek van 45° kan worden toegediend met behulp van een naald met een lengte van 8 mm of meer, waarbij een huidplooi wordt gevormd. Dit vermindert het risico op insulinelekkage ter hoogte van de injectieplaats.
Ook de diameter van de naald is belangrijk
Hoe kleiner de naalddikte (G), hoe groter de diameter van de naald en hoe hoger de insulineflow.
Hoe groter de naalddikte (G), hoe kleiner de diameter van de naald en hoe lager de insulineflow.